Introduktie tot de kunst van Luc-Peter Crombé

De kunst van Luc-Peter Crombé is de kunst van een perfectionist. Zijn drang naar perfectie, op louter technisch gebied zowel als op zuiver artistiek opzicht, loopt als een rode draad doorheen zijn hele oeuvre. Dit blijkt al uit de evolutie die zijn kunst ononderbroken heeft doorgemaakt.

Er zijn zeer veel kunstenaars aan te wijzen, vroegere en huidige, die op een bepaald ogenblik -wat men noemt- hun stijl hebben ontdekt, het résumé van hun kunnen, en vanaf dat moment ter plaatse blijven trappelen om van lieverlede in een procédé uit te monden dat ze veiligheidshalve nooit meer verlaten. In Crombé's leven zijn er veel momenten geweest waar hij zich als 'gearriveerd' kon beschouwen. Maar voor een rusteloos zoekende perfectionist als Crombé is lang bij mijlpalen verwijlen er niet bij. Zo kan men door heel zijn kunst zien dat hij steeds opnieuw, vanuit de bereikte verworvenheden, nieuwe terreinen gaat verkennen, zowel qua onderwerp en gevoelsinhoudelijk als esthetisch, artistiek of louter technisch.

Crombé werd in zijn kunst steeds voortgestuwd, door zijn eigen rusteloos zoekende artiestenziel, door wat van buitenuit op zijn leven inwerkte, door alles wat hij mee bezig was. Zo heeft hij meerdere belangstellingspolen gekend, getuigen daarvan zijn de religieuze cycli, uitsluitend figurencomposities waarin hij naar vergeestelijking streefde, of de zuiderse landschappen die hij van zijn reizen meebracht; daartussenin vinden we portretten, bloemstukken, stillevens, het steeds opnieuw terruggrijpen naar de menselijke figuur. 

Esthetisch en louter artistiek heeft Luc-Peter Crombé zich laten leiden door een klassieke ingesteldheid die van alle tijden is en meteen de tweede rode draad is die doorheen zijn kunst loopt. Die klassieke ingesteldheid komt tot uiting in het kleurgebruik (hoezeer dit ook verschilt van zijn aanvankelijke animistische tijd tot zijn latere werk), in de tekening, die eveneens afwisselend minder of meer de aandacht vraagt; maar vooral de compositie, die van schilderij tot schilderij zijn hoogste bekommering was en nergens een zwak moment vertoont. Bij dit alles heeft Crombé van jaar tot jaar meer kunnen steunen op een groeiende technische vaardigheid.

Het is duidelijk dat in de kunst van Luc-Peter Crombé de techniek van overwegend belang is. Op zijn reizen in Italië heeft hij het licht en de kleur ontdekt. Het was dan ook een mijlpaal in zijn werk. Hij begon toen voorgoed in tempera te schilderen, naar zijn gevoel het enige schildermiddel om aan licht en kleur de helderheid, de doorzichtigheid, de gloed te geven die hij -komend uit het grijze noorden- ineens had ontdekt. Kleur en de inwerking van het licht erop, toffen hem zozeer dat dit ook het ogenblik is waarop hij de kleur een autonome rol toekende, helemaal los van de werkelijkheid, vaak alleen gedragen door gevoel.

De techniek, het ambachtelijke in het werk van Crombé. Men heeft in bepaalde periodes van zijn kunst de indruk dat hij tezeer geoccupeerd is met de perfectie van de middel, ten koste van al het andere. Het staat vast dat hij, veel meer dan nu gebruikelijk is, zich op de 'stiel' heeft toegelegd, zoekend naar de meest betrouwbare leggers, zelf zijn verven bereidend en ze testend op hun duurzaamheid, experimenterend als een alchimist. Maar zijn zoeken heeft geleid tot een techniek die de eeuwen kan trotseren, vertrekkend vanuit de tempera, afwerkend in een emulsie van tempera en olieverf, heeft hij het middel gevonden dat de gewenste transparantie heeft, waardoor ze in verschillende kleurlagen boven elkaar aangebracht, in een optische kleurmengeling, een levendigheid, een diepte en een gloed mogelijk maken die geen ander schildermiddel kan opbrengen.

In het werk van Luc-Peter Crombé  is de tekening in de loop der jaren steeds maar meer de aandacht gaan opeisen. De studie der Italiaanse meesters uit het quatrocento en het quinquecento zijn daar zeker niet vreemd aan. In het vroege werk van Crombé ontstaat de tekening uit de profilering der kleurvlakken, ze is aanwezig doch maakt zichzelf ondergeschikt aan de picturale eisen. Maar de tekenaar die we kennen van talloze knappe houtskooltekeningen zal meer en meer zijn rechten opeisen, de lijn -als element van beweging- krijgt meer belang naargelang de kleur meer bezadigd wordt en meer diepgang krijgt. In zijn latere periode zien we hoe de schilder de tekening in de natte ondergrond inritst, zoals destijds de frescoschilders hun blinde tekening aanbrachten in de nog natte kalklaag. Het is een definitieve, niet meer te corrigeren tekening, die een feilloze tekenaarshand vergt en zich beperkt tot een gevoelige omschrijving der silhouetten.

In zijn later werk zal men bemerken dat Luc-Peter Crombé zijn techniek steeds laat verder evolueren. De ingeritste techniek is minder opvallend omdat de onderlaag waarin ze opgevangen wordt dunner en vloeibaarder is aangebracht, terwijl binnen de grote kleurvlakken waaruit elk schilderij wordt opgebouwd, het vlak optisch wordt doorbroken door een modulé der vormen, dat meer grafisch dan picturaal ontstaat. Meer dan ooit is nu elke kleurpartij doorwrocht, tintelend van de kleurtonen die in verschillende lagen boven elkaar in de diepte blijven leven en nagloeien. De tover van een kleurenrijkdom, vanaf een palet van niet meer dan vijf kleuren: blauw, cadmium-rood en soms karmijn, oker en geel.

De kunst van Crombé is in zijn hele carrière door -afgezien van enkele rustpunten met landschappen, bloemstukken en portretten- literair-intellectualistisch geladen geweest; hij heeft zich steeds laten bekoren door onderwerpen die hij in cycli uitwerkte, tot hij ze helemaal uitgeput had en nieuwe terreinen opzocht.

Opgeleid van A tot Z in het schildersvak door vaardige meesters met verschillende disciplines en in liefde voor het schildersvak heeft Luc-Peter Crombé getracht de geheimen van grote veroveraars in dit edele vak te achterhalen. Dit om nadien zelf actief te zijn in de geest van zijn tijd maar niet als slaaf van zijn tijd.  

Site powered by CoMaSer